beschilderingen -  bespiegelingen

Wanneer het reizen achter je ligt.
De tijd je achterhaald.
Het karkas, de jongen te snel vindt.
Dan.
Dan zijn er duizend mogelijkheden.
Bijvoorbeeld:
Je kunt schrijven wat je bezielt.
Of gaan schilderen.
Deze zomer beschilderde ik zijzwaardjes van een tjotterje.
Door dat de ronde vormen tot mijn verbeelding spraken,
beschilderde ik daarna 2 gitaarkoffers.
Plus een basedrum vel.

Houdt koers bij iedere wind- zing een lied. Je vindt in mij een vriend



































Kunst
Kunst is een woord Er zijn boeken over vol geschreven
Creatie zou een beter woord zijn
Het vermogen om iets vorm te geven. Te cre-eren
Daarin is de mens uniek
Het van te voren klaar sudderen in de hersenpan
Misschien wat lijnen trekken om de gedachte een begin te geven.    
Ik  zie het een hond niet doen
Toch is dat ook net al wij, een creatie van uit het niets.
Zijn we dan aan de schepper van het geheel.
Wie of wat dat dan ook is, gelijk.   Natuurlijk niet. 
Maar sudderen, daar zijn we niet slecht in. Er is naar
mijn idee niets mis mee. Met sudderen in de hersenpan.
Wonderlijk is dat vermogen, om te zien, om te voelen.
Indrukken op te doen, die in woorden niet zijn te vertalen
Wonderlijk is de wisselwerking tussen het aanschouwen,
Van iets, dat vanuit een brein, vorm kreeg, en de emotie,
die dat in de hersenpan, van een ander, op kan roepen.


























Toch nog 3 weken bezig geweest om dit zwaard te beschilderen.
Eens bedacht ik de tekst:
Het leven is een reis op een onbekende rivier.
Al kun je nog zo goed varen,je kent de ondiepten niet.
Allicht dat je hier of daar strandt.
De kunst is om het schip weer vlot te brengen.

Zo`n afgedankt zwaard daagt je uit om er iets mee te doen.
Zo ontstond het beeld van een schip dat stroomopwaarts varend
een onbekende rivier nadert. Een rivier splitsing.
De keuze die je maakt. Zij bepalen het vervolg van de reis.
Op het monument zie je de sterrebeelden Grote en Kleine Beer.
De enige vaste daarvan is de Noordster.
Een zichtbare heldere ster als je in donkere nacht onderweg bent.
Maar wat als de sterren onzichtbaar zijn ?.
Moed.Moed is alles.
Er komt een nacht waarin de sterren weer zichtbaar zijn.
  

Het is zomer. Wat doe je dan. Je neust eens rond . Of er nog iets aardigs te doen is.
In de tuin lagen nog 2 oude zwaarden van een visboot. Eigenlijk stonden ze een beetje weg te teren.
Half in de grond. Als afscheiding van een plantenperkje. Zo kwam het. Daar is iets leukers van te maken.
Ik spoot ze schoon met kraanwater. Gaf er grondverfje aan. Maakte een ontwerp. Dat kwam zo. Ik had ooit een tekstje bedacht voor op een wandbord. Hier zie je wat het werd.
Al is het leven dan een zeilend schip - afhankelijk van eb en vloed


















en niet te vergeten- de wind - maar dat is vanzelfsprekend - anders zou ze niet zeilen - jij bent de schipper -
Al doende - leer je haar ( het schip )onder controle te krijgen - wat niet verhinderd dat je op een bekend of onbekend vaarwater - als het tegenzit zomaar kunt stranden - De kunst is om het schip vlot te krijgen -
om in het vaarwater te komen . Je kunt natuurlijk volstaan met te zeggen: " Zonder geluk vaart niemand wel".

De afmetingen van de zwaarden zijn 110 cm x 58 cm De verf die ik er voor gebruikte kocht ik bij een bouwhal.
Gewoon de verf die je buiten op al het mogelijke hout en ijzer smeert.Van die kleine busjes. Syntetisch.
Overal geschikt voor. Alleen, je moet met schilderen opschieten want het droogt nogal vlug.






visuele communicatie met sloep

Zaterdag 21 mei sloepenrace op de Zaan

in het digitale tijdperk
blijken hulpseinen nog steeds noodzakelijk.

hulpseinen - seinen seinen - waar ze mee seinen-
als de seinen- waar ze anders- mee seinen -kapot seinen

 









mijmering
waar`t zweet ooit van lijven gutste
menig matroos zijn liefje kuste
na `t meren van het ijzeren schip

een mijmering van toen * voorbije tijd *
telkens ontmeerd - terug gekeerd
niet gezonken -* blijven drijven *
in goede haven - geen vreemde kusten
een plek om uit te rusten



oud ijzer ? 


*post nubila lux*
De bolders komen van ons schip de * Minerva *
Vroeger heette het * Parkhaven *. Een kraak van 30 m x 5,50 m.
Laadvermogen 196 ton.
Het schip is 100 jaar oud. - De bolders zijn dat dus ook.
Aanvankelijk zouden zij het oud ijzer in gaan.
Nu dienen ze als zitplaats in de tuin.
Vergane glorie denk je dan. -Zo onstond de mijmering.
IJzer, denk je eerst. - Geen staal, maar ijzer.
*post nubila lux * schilderde ik op een bolder
na regen komt zonneschijn

 


Engel ( Bas Versteeg ) 
 

engel met goud-gele haren ?
Je gelooft in een engel - met goudgele haren
en vliegt als een vogel - de zon tegemoet
het lijkt wel een hemel - een hemel op aarde
je bent gewoon blij - lacht - wat je ook doet
je doet van die dingen - je weet niet meer hoe
zo gaat in `t leven - altijd ergens naar toe

als op een dag - die zon niet meer schijnt
lijkt het voorbij - is `t of alles verdwijnt
Er is altijd een engel - ook al zie je haar niet
die met je meegaat - in vreugde en verdriet

Dan komt er een jongen - die zegt : "zeg zo`n engel
is ook wel een bengel - niet super volmaakt
* `t leek dat je `t dacht * -ze heeft zo haar nukken-
dan wil het niet lukken - dan is ze geraakt ".

Ze zingt als ze blij is - maakt muziek als een fee -
geef haar de ruimte - `t komt allemaal goed
maar komen die dagen - dan komen die plagen -
dan lijkt het wel storm op een kokende zee ".

er is altijd een engel - ook al zie je haar niet
die met je meegaat - in vreugde en verdriet

naar een krijtschilderij van : Bas Versteeg
tekst : Dirk Versteeg sr.



Vlinder ( Bas Versteeg ) 



Vlinder
hard is de bittere werklijkheid -
hier zittend aan de grond
mijn vleugels niet meer uitgespreid -
in vroege morgenstond

`k wacht op warme zonneschijn -
die geeft mij nieuwe kracht
`kwil leven als een lentebloem -
is het teveel verwacht
te gaan langs wilde wegen - over bergen en dalen
niet in stormwind of regen - zonder te verdwalen

zo vlieg ik in het morgenlicht -
dat wonderlijk gebeuren
niets stoort mij in het vergezicht -
vervuld van vreemde geuren
betoverd ga ik zwevend - als een vlinder in de zon
in glijvlucht langs een bloemtapijt

ik wist------------- dat ik het kon




reddingsboei

Het beschilderen van oude dingen om het een tweede leven te geven, is een aardig tijdverdrijf. Een oude reddingsboei. Een stukje triplex aan de achterkant schroeven. Zie daar. Met een beetje fantasie heb je er een ornament bij. Daar fleur ik mijn leefwereld mee op. Kleine potjes buitenverf haal je voor een prikie bij Karwij




Jagen

Jagen.`t Was niet mijn favoriete bezigheid 


`t Is meestal * in de wind *




 















ss * ROSSUM * 



20 april 2005
leven op zee { 1890- 1987 }
Grafschrift

èèn leven op zee
èèn leven op `t land
verloren
gestrand

in de stad ~ in `t cafe
droeg hij het zeemansleven mee
uiteindelijk ging ook hij
hij was mijn oom
* Sailing Home *

Adrianus Hendrikus Johannes Versteeg
geb: Haarlemmermeer 27-3-1890
overl: Amsterdam ................... 1987
beroep :
zeeman van 1902 tot 1957 { 55 beroepsjaren }
zichzelf, tot het laatst, noemend * Tramp *




veilige haven 













Storm



in veilige haven ligt het schip ~ ze rust ~ en vaart niet meer
kan niet stranden op een klip ~ keert van geen reizen weer
haar lot ~ het kon een slechter zijn ~ is woonschip op `t laatst
maar rust ~dat is wel schone schijn ~ nu de storm er tegen raast

ze waggelt ~schokt ~helt overzij ~ als `t Zuidwest is en 8
ze ligt daar nog wel wat in lij ~ ze is hoog zo ~zonder vracht
de opbouw lijkt een zeil ~vol bij en niet gereefd
waardoor de bewoner onderwijl ~wat minder prettig heeft

dan spreek ik niet van windkracht 10 ~ zo raast de storm vannacht
nu ik mij van dit rijm bedien ~ bij`t houden van de wacht
gelukkig ruimt ze naar Noordwest ~dan staat ze op de kont
dus ga ik rustig naar mijn nest ~en waakt alleen de hond
 


Uiterwaarden bij slot Loevestein 
 

Werkendam
`k zie hier het *Panta Rhei *
van Basel tot in zee
behalve klei stroomt Bayer mee
en`t zout der kali`mijnen
dat France zo laat verdwijnen

aan de Merwe~stroom
over welks uiterwaarden
de ogen van Hugo Grotius
naar Gorkum staarden
smelt traag ~zonder vragen
`t driftig randstads jagen

`k lig nu in Werkendam
alwaar mijn voorgeslacht
een aandeel in het werken nam

zo is er onverwacht
een aandeel vrij
door `t onveranderlijk * Panta Rhei *
 


ooit ZUIDERZEE
havenhoofd Harderwijk 



in Spakenburg
de waterpaarden draven
langs Naarden
langs Huizen
de Dode Hond voorbij
na Nijkerk op de hielen gezeten
door de Zuidwester
om te sterven voor Harderwijk
als eens de zee
achter de pier golft
opgewonden de gekluisterde
als toen 




Alkmaardermeer ~ Noordhollandskanaal 


17 april 2005
verwaaid door de wind
vandaag wil ik dromen ~ van het spiegelend water
verwaaid door de wind ~ dat mijn schip liet zeilen
naar het land in de verte ~als ik stond aan het roer
vervlogen verdwenen ~ het is alles voorbij

vandaag wil ik dromen ~ van jou mijn liefste
ons schip dat wij voeren ~ door weer en door wind
van ergens naar nergens ~ in het tijdloze land
geef mij~mijn liefste ~ als toen ~je hand



15 april 2005

* Rust * 


Hommage aan de Haarlemmermeerpolder
Dichtbij of in de vreemde
Waar ik ook stond of ging
Voelde ik mij een ontheemde
Welhaast een vreemdeling

`t leek of het nooit bedaarde
na iedere reis
waarheen het schip mij voer
klonk er een andere wijs

de * rust * liet zich pas gelden
in het water van “ de Meer “
vandaar kan ik je melden
`k weet wat ik zocht weleer

een plekje in het land
van hemel en van aarde
dat net nog op de rand
iets van mijzelf bewaarde

een dijk ? een huis ? een boom ?
dat wat mij eens beklemde
ik ken het niet bij naam
`t geen mij in `t zwerven remde



voor de wind 



voor anker { wachtend op de vloed } 
  

14 april 2005
over een tjalk
Een tjalk kan oogstrelend zijn
Het is een ijzer ding
Dat mij als plaaggeest kwelde
`t schonk vreugde en verdriet
zoals ik al eens vermelde

zou ik varen met dit schip
de hele wereld rond
zou ik dwalen met dit lijf
omdat ik het geluk niet vond

dan moet ik dichterbij
`d ander meer vertrouwen
geluk zit niet in nemen
`t zit in ~ `k wil van je houwen

 


*binnen halen van de netten* 


Burgerveen
Een gehucht, bestaand uit wat huizen en een cafe.
Op de rand van de Haarlemmermeerpolder.

Het schip vastgemaakt aan de steiger van Dirk Eveleens.
Een onvervalste palingroker.
Hij voorziet ons al jaren, als we in de buurt zijn,
van heerlijke, op eikenhout gerookte paling.

We hebben een aantal genen gemeen.
Mijn ene grootvader heette Dirk Biesheuvel.
Hij trouwde met een meisje uit Aalsmeer.
Een boomkwekersdochter. Haar naam was Aagje Eveleens.

Alle Eveleensen uit Aalsmeer stammen af van een knaap die ongeveer
300 jaar geleden zijn brood verdiende met vissen op het Haarlemmermeer.
De Westeinderplassen bestonden nog niet.
Die ontstonden toen * de Grote Waterwolf *
zoals het meer op`t laatst genoemd werd, steeds meer land opvrat.

Pas toen Amsterdam in gevaar kwam en dreigde weg te spoelen,
gaf de stad Leiden haar verzet tegen de droogmaking op.
Leiden had visrechten op het Leidse en het Haarlemmermeer,
> die in feite èèn plas vormden < Die rechten brachten flink geld op.
Mijn bet-bet-bet-overgrootvader was de sigaar.

Er is dijk om dat meer gelegd.
Met drie stoomgemalen, die de namen kregen,
*De Lijnden* De Qruqius *De Kaag * werd het water er uit gepompt.
Zo gaat dat nog steeds in Holland. Hup, weer een stuk land.
Vandaag liggen we verwaaid.
Het stormt. We hoeven niets. Moeten niets.



paardenbloemen 

Zaans lentegevoel en paardenbloemen
In duizelingwekkende schoonheid
Staan ze in bloei
Overal langs de vangrails
Waar de berm ook maar enige breedte heeft
Staan ze
Fel geel
Een spiegeling van het zonnelicht
Japanners
Amerikanen
Snellen er langs
Japanners in Amerikanen
Amerikanen in Japanners
Onderweg
Om een glimp op te vangen
Van de bloemenpracht
Achter Hollands duinen
En ik
Ik zie ze langs razen
Nikon`s ~ Leica`s ~ Pentaxen
Routebeschrijvingen
in de aanslag
god zij dank
ze hebben mijn
paardenbloemenvelden nog niet ontdekt



de *Stella Maris* op de Limburgse Maas 


De stromen van ons land
M`n vriend,

De stromen van ons land
Die heb ik wel bevaren
Het is water klei en zand
Een helling naar benee
Het komt allemaal terecht
In de lagelandse zee
En in de zoute baren

Nu lig ik aan de wal
Zeg maar: ”het vaste land “
Loop onwennig rond
Op waterklei~ig zand

Geen verre horizon
Geen stromende rivier
Geen lading in het ruim
Naar havens ver van hier

Het is een tijd van praten
Van liters koffie ~ bier
Een tijd om te vertellen
Uit herinnering
Hoe al wat was verdween
Het avontuur verging

P.S. Indien je terug wilt schrijven
Ik zal voorlopig hier wel blijven




een kouwe Ketel gaat er altijd in 
 








familiefoto`s
Op de foto waarop,
Janus, Aagje en mijn moeder staan
Is zij hoogzwanger van een tweeling.
Een van die tweeling ben ik. Dirk dus.
De andere onzichtbare
is mijn tweeling zusje Marie.
 


Janus Aagje Moeder Versteeg 1924 

 











1930 Klaas Versteeg Pottenbakkerij De Daas 














1919 * vader-moeder {Janus 3jaar} Versteeg 



















fontein 

9 juni

voor de verjaardag van Marie ~Jose
__ herinnering aan Pancevo

welhaast als een godin
* aanbidt zij hier de zon
als een zeemeermin *
zichzelf overstromend
* vanuit de bron
* haar groenglanzende leden
*vervreemden
*de tijd

* de plaats











stoel, wachtend op de Lente 


de Lente

de lente

De lente maakt weer goed - wat de winter mij deed sterven
het tintelt in mijn bloed -ik zal weer moeten zwerven

de ontwortelende kracht - die al het zaad doet groeien
heeft mij al in haar macht - ontdoet mij van de boeien

de zon probeert bekaaid - de aarde te bezonnen
het gras is weer gezaaid - het groeien al begonnen

`k ging als ik reizen kon - over bergen en langs dalen
naar een verre horizon - zoals zo vele malen



7 stellingen
Met spijker in de ene …………………….de hamer in de andere hand
Sla ik mijn stellingen aan de wand……van het Czaar- Peter- huisje

{1}beroemd zijn is maar tijdelijk……….vergaat echt onvermijdelijk
het leven is een wonder…………er zijn geen dagen zonder

{2}geluk is nergens ooit te koop.…..soms zit je echt wel in de knoop
er komt een dag dan schijnt de zon..wat je eerder niet geloven kon

{3}verdriet gaat aan geen mens voorbij…niets lijkt er op een wonder
toch komt die dag {geloof mij vrij }….dan lach je weer en ben je blij

{4}liefde is op zichzelf een wonder……………al geeft het veel gedonder
je bent verliefd en weet niet hoe…..vaak veel gezeur van pa of moe
van kind……… wacht toch nog even……..er is nog zoveel te beleven

{5} ben je dan eindelijk groot en sterk..barst je plotseling van het werk
dan is het tijd om wat te doen… ….dat niets te maken heeft met poen

{6} je kijkt eens danig naar je eigen
en denkt is dit alles en..moet het zo blijven

{7} wat leeft hier in ons drassig land …
wat is daar mee… dan toch mijn band
wat doe ik hier…. wat doe ik daar…
iets positiefs.. dat`s klip en klaar                                                                   Czaar Peterhuisje Zaandam 








Dirk.Marie.Janus.Aagje. Versteeg 1926 








Je blijft natuurlijk geen indiaan
Het waren de crisis jaren. Twaalf was ik in 1936.
Eigenlijk al indiaan af.
Mijn broer Janus was 19 en verwoed fotograaf.
Ratten hadden de helft van mijn linker-broekspijp op gevreten.
Er is nog net een stukje van mijn geboortehuis te zien.

Links van ons huis, daar woonde mijn opoe.
Opoe Kok. (meisjesnaam Scheurwater)
De moeder van mijn vader. Haar tweede man heette Jan Kok.
De eerste Versteeg. Dat is ook mijn achternaam.

Op veldweg woonde mijn ome Henk. Hij was weduwnaar.
De ramen waren dikwijls dichtgeplakt met oude kranten.
Soms hingen er gordijnen voor het raam.
Dan was er weer eens een vrouw bij hem ingetrokken.
Lang duurde dat nooit. Meubels werden in en uit gedragen.
Je kon het precies zien. Gordijnen of kranten.
Het was een vriendelijke man. Drinken deed hij niet.
Hij had niet veel nodig. Werken bij een baas deed hij zelden.
Ja, dat is waar ook.
Hij was eens een hele zomer lang, machinist op een lokomotiefje.
Dat reed op smalspoor. Een hele tris kiepwagentjes hing er achter.
Beladen met zand voor het dijklichaam van de nieuwe brug.
Dat paste hem wel. Hij was gewoon een halve eeuw te vroeg geboren.
(30 september 1893) Toen de crisis-jaren begonnen was hij rond de 40.
Ik zie hem nog zitten. Hoed met brede rand op zijn hoofd.
Glad geschoren. Wit overhemd. Stropdas. Lichte broek.
Glimmend gepoetste bruine lakschoenen aan zijn voeten.
Het gewone volk liep in werkkleren. Ome Henk niet.
Machinist ! Dat was niet niks in die tijd. Op die plek.
Tegenwoordig zou men hem een alternatieveling noemen.

Hij bezat een transportfiets. Bagagedrager voorop.
Zomers sneed hij dulen en wilde bloemen.
Hij verkocht ze in de stad.

Opoe verhuurde roeibootjes. Ze had er een stuk of 6.
Om bloemen te plukken op de drijvende rietzudden,
(drijvende eilandjes die met stokken op de plassen verankerd werden)
leende hij zo`n bootje van zijn moeder.
Als hij niets had bracht opoe of zijn zus Sien
nog al eens een pannetje met warm eten naar hem.

Het was trouwens een sociaal buurtje. Men hielp elkaar.

















Kruimelpark
Vijf dubbele houten huisjes op een rij.  *Kruimelpark*, werd het genoemd. Ze stonden op een dijk.
Aan een ringvaart. Echt Holland. Polderland.
Op een mooie zomermorgen,
`s ochtends om half 3 werd ik in een van die huisjes geboren.
Een half uur later kwam mijn zusje Marie.
Het was inmiddels 14 Juni 1924.
Op mijn 12de was ik een indiaan.


Je kunt van een bestaande stoeltjesklok iets leuks maken al je de gewichten,
de kettingen, het uurwerk verwijderd. Een batterijklokje en een lichtje er in maakt.
Beschildert. Een tekst er op zet. Plaatjes achter de venstertjes doet.
Van boven een gat maakte, zodat de warmte er uit kan.
Je bent wel even bezig maar dan heb je ook wat.
Ik zette onderstaande tekst er op.
 
het " andere "

in razend snelle vaart
jaagt * de tijd * mijn dagen vol
gekluisterd uiteraard
aan deze wereldbol
`k ontsnap nog door het lot
aan duizende gevaren
`k zal als mijn tijd daar is
het "andere " wel ervaren



logboek
e-mail me
Add this page to your favorites.
naar vervolg: pagina 2 >>>
Als je vaart heb je ook wel eens wat.
Echter weinig gelegenheid om naar een dokter te gaan.
In een winkel op de Brouwersvliet Antwerpen ) lag een boek,
met de titel hierboven. Dus. Afin, dezelfde middag
voer ik over de vloed de Kattendijksluis uit.
Richting Gentbrugge en dacht : “mij kan niets meer gebeuren”.
Ik had toen een schip van 250 ton.
Er stond een 60 pk, 2 cylinder, gloeikopmotor in.
En dat waren echt geen ezels, maar ossen.. Beresterk dus.
Over de vloed met gewassen water, kon je naar Dendermonde varen. Daar moest je tij stoppen. Vastmaken aan de palen. Gemiddeld verschil tussen hoog en laagwater is er ongeveer
5 meter. Het volgende tij kon je dan naar Gentbrugge .
In èèn keer van Antwerpen naar Gentbrugge.
Dat was onmogelijk. Tegen dat je daar zou zijn,
had je te weinig water in de Schelde.
Vertrok je eerder dan kwam je niet over de droogtes
van de Schelde. Het was in de 50er jaren.
Nu is dat allemaal veranderd. Terwijl we de stad Gent doorvaren,
las ik af en toe, in, *dokter aan boord*. Het was versierd met mooie plaatjes over het menselijk lichaam. Daar niet van.
Maar als je dit voelde. Of dat. Dan kon je, dat enzo, hebben.
Alle mogelijke enge ziektes kwamen op die manier in beeld. Eenmaal door de stad, varend op het kanaal Gent-Terneuzen
(Ik moest vaten met spijsolie laden in Doornzele), kreeg ik er genoeg van .Voor de ogen van mijn verbaasde vrouw,
smeet ik het boek overboord. “Wat doe je nu”: vroeg ze.
“Ik heb alles wat er in dat boek staat. Weg ermee” .
In middels ben ik ruim over de 80.
Zonder dat boek, nog ver gekomen.

Dokter aan boord
Het is natuurlijk een avontuur. Ik bedoel. Het leven.
Je begint eraan zonder dat je het weet. Voor je er erg in hebt begin je te praten.
Ze verstaan je wel niet. Maar dat komt wel. 
Je eerste woordjes worden op een goudschaaltje gewogen.
Hij praat. Versta jij hem. Je moeder wel. Je vader doet alsof.
Veel later kijk je nog eens om. Ben je er wijzer van geworden.
Van dat praten. Nou ja. Het is vaak makkelijk.

Honden hebben het beter voor elkaar. Blaffen. Een paar verschillende toonhoogten.
Wat janken. Wat grommen. De rest bestaat uit aanrakingen.
Ze hebben tegenwoordig een hondeleven.
Dan die honden van mijn grootvader.
Blackie en Bruno
Die hadden pas een leven !
Ze trokken zijn kar met handel.Galanterie-en.Tot hij er genoeg van had.
Dan ging hij op de zijkant zitten en gaf opdracht de kar naar huis te trekken.
Geloof mij. Ze vonden het prachtig. Het was tenminste een zinnig bestaan.
Samen met de baas de kost verdienen.
O.K. Het is 70 jaar geleden.
Nu zou ik geen hond willen zijn. Wat een leeg bestaan.
Maar mens zijn valt ook niet mee.
Je aanpassen aan de normen en waarden.
Met mijzelf ben ik wel aardig in mijn sas. Maar die anderen he.
Die hebben dat ook. Zo`n eigen sas.


Bruno en Blackie